MUG-verslaggever Toine Graus sprak met medewerkers en klanten van de Voedselbank Amsterdam, filiaal Centrum. Tussen de ooit zo armoedige maar tegenwoordige welgestelde Jordaan en het al even rijke Oud-West komen de armste binnenstadbewoners samen voor gratis voedselpakketten. Waarom? Vaak door stomme pech, in combinatie met een systeem dat steeds minder clementie toont voor mensen met pech. Dan rest de bedeling, zoals in de tijd dat de Jordaan nog een krottenwijk was.

Tekst Toine Graus | Beeld Erik Veld

AMSTERDAM – De klanten van Voedselbank Amsterdam krijgen een kerstpakket. Iedereen krijgt een hele kip met een pakje boter, een halalkip om iedereen van dienst te kunnen zijn. Verder krijgen ze een extra feestelijk voedselpakket. De vrijwilligers van de voedselbank zijn daar sinds vorige maand mee bezig, ze zetten op scholen ‘vul mij-dozen’ neer, waar leerlingen en hun ouders lekkere en houdbare zaken in kunnen doen. In supermarkten staan die vrijwilligers met een boodschappenlijstje en kratten waar klanten een pak rijst of spaghetti of wat dan ook in kunnen leggen.

“De voedselbank heeft een goede reputatie. Mensen die iets doneren, weten dat het rechtstreeks naar onze klanten gaat”, zegt Margje Polman Tuin. Ze is intake manager en fondsenwerver van de voedselbank en een van de vierhonderd vrijwilligers. “Alles is welkom. We hebben altijd een tekort aan basisproducten”.

3.000 Amsterdammers ontvangen voedselpakket

De voedselbank levert voedselpakketten aan 4.000 huishoudens in Noord-Holland. Alleen al voor Amsterdam gaat het om 1.200 huishoudens, 3.000 mensen in totaal, onder wie duizend kinderen. In een voedselkrat zitten houdbare producten als rijst, pasta en olie aangevuld met verse groenten, fruit, brood en vlees. Wat precies varieert met het aanbod. “Het is een enorme logistieke operatie om dat elke week voor elkaar te krijgen”, zegt Polman Tuin.

In de kratten zit voldoende eten voor 2,5 tot drie dagen. Voor de rest van de week moeten de klanten op eigen kracht inkopen doen. “Het is niet bedoeld als vervanging maar als aanvulling op de voeding”, legt Polman Tuin uit. “Dat doen we om zelfredzaamheid te bevorderen.” De voedselhulp is bedoeld om mensen door een moeilijke periode in hun leven te helpen. Normaal kunnen de mensen drie jaar bij de voedselbank terecht hoewel de bank mensen die het echt niet redden ook niet laat vallen na die drie jaar. Mensen die bijvoorbeeld in de schuldhulp zitten, moeten van een absoluut minimum rond zien te komen. Die kunnen wel wat steun gebruiken. Veel klanten zitten dik in de schulden.

Aanmelden bij de Voedselbank

In Amsterdam kunnen mensen zich direct aanmelden bij de voedselbank. Dan krijgen ze een uitvoerig intakegesprek. Ze moeten hun hele financiële hebben en houden meenemen. In sommige culturen is de gang naar de voedselbank zo beschamend dat mensen, ook ouders met kinderen, er niet komen. En dat terwijl ze hulp hard nodig hebben. Ook asielzoekers zonder verblijfsvergunning vissen achter het net.

Schaamte is een probleem. “Niemand komt voor zijn plezier naar de voedselbank. De drempel is heel hoog om die stap te zetten. Je behoort je eigen eten te kunnen kopen voor jezelf en je kinderen. Het is bijna niet te accepteren dat je dat niet kunt”, zegt Polman Tuin.

Voedselbank Amsterdam begint grote supermarkt

De klanten van de voedselbank kunnen zelf niet bepalen wat er in hun pakket zit. Dat vinden ze vreselijk. Maar daar gaat verandering in komen. In de stadsdelen Zuid en Oost had de voedselbank al mini-supermarkten waar klanten zelf aan de hand van een puntensysteem inkopen konden doen. Maar nu heeft de Voedselbank plannen in een vergevorderd stadium om dat mini winkelmodel op te schalen tot echt grote supermarkten. Als alles meezit, zal de eerste al volgend jaar in Zuid kunnen opengaan. Klanten kunnen daar weer met een puntensysteem meerdere dagen in de week zelf hun eten uitzoeken.

Dat is heel wat anders dan in de rij staan voor je krat. Op termijn zouden er vijf of zes van die grote voedselbank-supers in de stad moeten functioneren. Het is wel een grote investering voor de voedselbank.

Met geld om leren gaan

De voedselbank helpt mee aan het trainingsprogramma ‘Op eigen kracht’ van de Regenbooggroep, waarin mensen leren beter met hun geld om te gaan. Daar hoort ook een excursie bij naar een echte supermarkt waar ze voor een tientje zo efficiënt mogelijk inkopen moeten doen. Dat werkt prima is de ervaring.

De Voedselbank werkt ook nauw samen met welzijnsorganisaties. Polman Tuin: “Iedereen die bij ons komt, heeft een waaier aan problemen die vaak om een professionele aanpak vragen. Het liefst zou ik hebben dat iedere klant van ons in beeld is bij hulpinstanties. Wij houden zelf zoveel mogelijk contact met onze klanten om te weten te komen wat hun problemen zijn en ze eventueel door te verwijzen. Dat vraagt inlevingsvermogen van onze vrijwilligers. Ze moeten ook leren omgaan met lastige mensen. Er zijn er die hun schaamte voorbij zijn en overal wat op aan te merken hebben. Maar er zijn er ook die komen vertellen dat ze ons niet meer nodig hebben zoals die mevrouw die een goede baan had gekregen bij ABN Amro. “Dankzij jullie kon ik me helemaal richten op mijn sollicitaties en zat ik niet elke dag in de stress over de vraag hoe we in hemelsnaam aan eten komen.”

Voedsel uitdelen in Amsterdam-Centrum ©ErikVeld
Voedsel uitdelen in Amsterdam-Centrum ©ErikVeld

Reportage: ‘Zonder Voedselbank ging ik stelen’

Op het grote plein voor het busstation aan de Marnixstraat zitten tientallen mannen met verweerde koppen en een blikje bier in de hand te kleumen tot het Stoelenproject, de avond en nachtopvang voor daklozen, opengaat. Dan moeten ze nog even wachten want eerst komen de klanten van de voedselbank uit het Centrum, Oud-West en Westerpark langs om hun wekelijkse voedselpakket op te halen. Honderdtien klanten worden er deze vrijdagmiddag in november verwacht.

Binnen zitten twaalf vrijwilligers koffie te drinken en met elkaar te kletsen, voor de deuren opengaan. Tientallen kratten staan klaar op lange tafels. Het ziet er gezond en fleurig uit, met pompoen, paprika, tomaten, wortels, pakken chocomel, rookworst, brood en chips. Achterin staat een aparte tafel met losse spullen; babyvoeding, flessen ice tea, soep en ook kleding zoals ondergoed, sokken, T-shirts en bh’s. Daar mogen de mensen uit kiezen.

Coördinators Annemiek van Bemmelen en Sander Westenburger zien erop toe dat alles goed verloopt. Om drie uur exact gaan de deuren open en de klanten stommelen, bepakt en gezakt, de ruimte in. Eerst geven ze hun klantenkaart aan Annemiek, die alles keurig registreert. Daarna krijgen ze hun krat en hevelen de inhoud over in hun tassen.

‘Ik leef van €5,70 per dag’

Wat betekent de voedselbank voor u?, vraag ik aan een man van middelbare leeftijd, die op weg is naar de uitgang. “Voeding”, antwoordt hij kortaf. Geen speld tussen te krijgen. En wat als er geen voedselbank zou zijn? “Dan ging ik stelen.” En weg is hij. Dan komt er een dame naar de tafel met losse spullen. “Mag ik hier ook iets van meenemen?”, vraagt ze beleefd. Het blijkt dat vandaag de eerste keer is dat ze naar de voedselbank komt. “Ik leef van €5.70 per dag”, vertelt ze. Dat is alles wat de schuldhulp me geeft. Het is verschrikkelijk. Ik ben te ziek om te werken. Fantastisch dat de voedselbank bestaat. Ik at alleen beschuiten voor het ontbijt en ’s avonds een eitje.”

Ooit een goed lopend restaurant

Een goed geklede heer van middelbare leeftijd komt langs. Op de vraag hoe het zo is gekomen, volgt een lang en ingewikkeld verhaal. Hij had samen met zijn vrouw dertig jaar een goed lopend restaurant in de benedenverdieping van een hotel. Het hotel ging failliet en zo verloor hij zijn restaurant. Pogingen tot een doorstart mislukten. Het ging hun allemaal niet in de koude kleren zitten. “Het einde van het restaurant was een harde klap en al dat gedoe om een doorstart te organiseren leverde zware stress op. Wij hebben gelukkig nooit heel luxe geleefd. Met de hulp van de voedselbank gaat het nu wel.”

Zo snel mogelijk via de zijuitgang vertrekken

Het is lastig om precies uit te vinden waarom de klanten afhankelijk zijn geworden van voedselhulp. Het zijn meestal ingewikkelde verhalen en de klanten hebben het te druk met het inpakken van hun tassen om ook nog een verhaal af te steken. De meesten vertrekken zo snel mogelijk weer via de zijuitgang.

Een vrouw vertelt dat ze schulden heeft. Ze is blij met de voedselbank, maar zegt ze: “Ik voel me hier wel onprettig bij. Ben ik echt zo’n oen?” Een hip geklede jongeman met een fraaie haardos komt bij de losse tafel staan. “Wil je echt weten waarom ik naar de voedselbank kom? Hou je vast.” Een samenvatting: tien jaar geleden had hij een pracht winkel in damesmode op Ibiza en een huis met vijf slaapkamers in Amsterdam. Twee zware openhartoperaties maakten een einde aan het mooie leven. Hij was zelfstandige en had de pech dat de ziekte­kostenverzekering net in het jaar voor zijn operaties ophield. Hij draaide zelf voor de kosten op. “Zo gaat dat tegenwoordig en dan te bedenken dat ik altijd gezond heb geleefd, geen drank, geen sigaretten. Die hartkwaal is genetisch bepaald.”

In een blijf-van-mijn-lijfhuis

Er zijn ook mensen van buitenlandse afkomst maar die wimpelen lastige vragen af. Alleen een jonge vrouw die Engels spreekt, heeft er geen probleem mee. Ze blijkt met haar baby in een blijf-van-mijn-lijfhuis te zitten. “Ik wist niks van de voedselbank tot een buurvrouw me erover vertelde. Dit helpt me enorm. Het gaat nu veel beter. Ik neem alleen maar groente en fruit mee, nooit snoep.” Ze woont vijf jaar in Nederland en hoopt snel het Nederlanderschap te krijgen. “Dan kan ik inburgeren, Nederlands leren en een baan zoeken”.

Pech, stomme pech

Pech, stomme pech. Dat lijkt de meest voorkomende reden dat deze mensen genoodzaakt zijn om naar de voedselbank te gaan. Annemiek van Bemmelen bevestigt: “Er komen mensen van alle rangen en standen bij ons. Mensen met een goede opleiding en een prima baan, die ineens in de penarie komen. Dat gaat heel simpel, een scheiding, mensen met een koophuis dat onder water staat en die de hypotheek niet meer kunnen betalen, zzp’ers zonder verzekering, werkende armen met te hoge vaste lasten. Het is nergens voor nodig om je ervoor te schamen dat je naar de voedselbank moet. Het kan iedereen overkomen.”

Tekst Toine Graus | Beeld Erik Veld
advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here