Gabriël Kousbroek 'Armoede in Nederland'
Gabriël Kousbroek

In 2017 telde Nederland 980.000 mensen die in armoede leven, aldus stichting Armoedefonds. Dat is een lichte daling maar de armoede is wel hardnekkiger. Het Armoedefonds baseert zich op rapporten van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), die overigens wel met verschillende rekenmethodes werken.

Vooral eenoudergezinnen, mensen met een niet-westerse achtergrond, bijstanders en alleenstaanden lopen risico op ernstige en langdurige armoede. In 2017 leefden ruim 277.000 minderjarige kinderen in een arm huishouden. Volgens het Armoedefonds gaat het om een op de negen kinderen.

Een andere kwetsbare groep zijn zzp’ers, ondanks de economische voorspoed van de laatste paar jaar. Vaak ontbreekt het aan genoeg opdrachten om voltijds te werken of worden uurtarieven opzettelijk laag gehouden door bedrijven die dankzij zzp-constructies hun winsten optimaliseren. Daarbij maken zzp’ers vaak extra kosten om überhaupt werk te kunnen houden.

Werk allang geen garantie meer tegen armoede

Sowieso geldt steeds vaker dat werk geen garantie biedt om uit de armoede te komen. Van de 7,3 miljoen werkenden in Nederland heeft 2,8 procent – ruim 200.000 personen – een te laag inkomen. Ongeveer eenvijfde zit al jaren onder de lage-inkomensgrens. Armoede uit zich onder meer in nauwelijks rondkomen, sociale uitsluiting, gezondheidsproblematiek en beperkte toegang tot onderwijs.

Extra zwaar de klos zijn werklozen vanaf 63 jaar tot aan de almaar oplopende pensioenleeftijd. In 2016 had een op de negen een laag inkomen. De bijna-gepensioneerden zijn van alle leeftijdsgroepen het slechtst uit de crisis gekomen, met een zeer geringe kans op werk. De algemene regel is dat 55-plussers het op de arbeidsmarkt kunnen vergeten. De schreeuw om personeel in veel sectoren richt zich in de praktijk vooral op jong, flexibel en spotgoedkoop, en op specifieke, hoog opgeleide beroepen in de techniek.

Arm in Nederland betekent niet echt mee kunnen doen

Wat is arm? Het CBS hanteert de lage-inkomensgrens. Die is gebaseerd op het bijstandsniveau voor een alleenstaande in 1979. In termen van koopkracht was een bijstandsuitkering toen voldoende om van rond te komen. Doorgetrokken naar 2017 bedroeg deze grens op maandbasis €1.040,- voor een alleenstaande, €1.380,- voor een alleenstaande ouder en €1.960,- voor een paar met twee kinderen. Het SCP stelt de armoedegrens hoger, namelijk op €1.135,- voor een alleenstaande.

De SCP-grens lijkt realistischer. In 1979 bestonden internet en mobiele telefoons nog niet. Tegenwoordig kun je bijna niet meer zonder, maar goedkoop is dat digitale leven niet. Ook lagen de kosten voor zorg lager; Nederland kende een ziekenfonds en nog geen eigen risico. Ook wonen was in die jaren betaalbaarder. Het woontijdschrift Nul20 geeft als voorbeeld een verpleegster met een netto maaninkomen van €1.336,- en een ‘sociale’ huur van €524,-. Na aftrek van de huurtoeslag – waar zij met haar inkomen nog nèt aanspraak op maakt – gaat evengoed nog eenderde van haar inkomen op aan de kale huur. Het artikel in Nul20 stamt uit 2012 en huren is sindsdien alleen maar duurder geworden. Volgens het CBS daalde in de periode 2012-2015 het besteedbaar jaarinkomen van huurders, terwijl de gemiddelde netto maandhuur steeg van €459,- naar €499,-, om in de jaren daarna nog flink door te stijgen.

Voor dit jaar weten we al dat de zorgkosten, energiekosten en de dagelijkse boodschappen flink duurder zullen uitpakken. Volgens het kabinet wordt dit alles gecompenseerd met een netto hoger inkomen, dankzij verlaging van de inkomstenbelasting. MUG Magazine wil graag weten of dat klopt. Hoeveel meer staat er eind januari op uw loonstrookje, van uw werkgever of uitkeringsinstantie?

Hoeveel meer zorg- en huurtoeslag ontvangt u? En hoeveel bent u meer kwijt aan zorgpremie, energiekosten en dagelijkse boodschappen. Laat het ons weten via redactie[at]mugweb.nl.

 

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here