‘Sociale dienst moet beter leren luisteren’

De Ru Paré Community in Amsterdam Nieuw-West organiseert een reeks armoededebatten. De eerste vond op 7 maart plaats in Ru Paré aan de Chris Lebeaustraat. Deelnemers deelden hun ervaringen met de Amsterdamse sociale dienst.

0
135

AMSTERDAM – Bijstanders leverden felle kritiek op de Amsterdamse sociale dienst tijdens een armoededebat op 7 maart in Ru Paré. Namens de gemeente deden WPI-directeuren Nel Winkels en Renger Visser mee.

Armoede leidt tot sociale, economische en culturele uitsluiting. Mensen die in armoede leven hebben een slechtere gezondheid, stress en vaker psychische problemen. In de zaal van de Ru Paré Community in de Chris Lebeaustraat in Slotervaart zaten flink wat mensen die met armoede te kampen hadden. Ook aanwezig was Renger Visser, directeur Inkomen van de hoofdstedelijke sociale dienst (WPI). Hij schetste de successen van de gemeente in de strijd tegen armoede zoals het aan werk helpen van bijstanders, al vond hij dat de armoedebestrijding voor verbetering vatbaar was. 

In de bijstand

Fatima, een alleenstaande moeder en in de bijstand, regeerde fel op Visser: “Ik merk niets van een hulpvaardige sociale dienst. Er wordt geen enkele rekening met mijn wensen gehouden. Ik wil verder, aan het werk. De sociale dienst is alleen maar goed in het korten op je uitkering wanneer je vrijwilligerswerk doet.” 

Haar tweelingzus Loebna, ook in de bijstand, vulde aan: “Ik was dakloos en kreeg een ‘daklozenuitkering’. Bij de sociale dienst heb ik daardoor het stigma van ‘die dakloze vrouw’, waardoor mijn wensen niet serieus worden genomen.”

Werkende armen

In de zaal klonk luid kritiek op het functioneren van de sociale dienst en op de gemeente in het algemeen. Selma, een alleenstaande moeder, vond een baan en kreeg te maken met de beruchte armoedeval. “Omdat ik iets meer verdien nu ik werk, moet ik ineens weer gemeentelijke belastingen betalen en schulden afbetalen. Het is toch ongelooflijk dat je een baan hebt en er financieel alleen maar op achteruit gaat. Ik moet met minder rondkomen dan iemand die bij de voedselbank loopt. Dan heb ik ook nog de pech dat mijn zoon net achttien is geworden. Daardoor kom ik niet meer in aanmerking voor financiële ondersteuning vanuit de gemeente.” Selma legt uit dat haar zoon door een beperking thuis moet blijven wonen en niet fulltime kan werken. “Je raakt verlamd en voelt je half dood van het vechten tegen de gemeente en de instanties. Armoede is ziekmakend.”

WPI-directeur Renger Visser wilde weten hoe Selma kon worden geholpen. Selma: “Kom met een voorziening om mijn maandelijkse tekort aan te vullen.”

Loebna: “Ik lieg tegen mensen dat ik geen zin heb in een uitje. De waarheid is dat ik er het geld niet voor heb.” Ze richtte zich tot Visser. “Weet u hoe het voelt om vijf jaar lang geen kleding of schoenen te kunnen kopen.” Dat gevoel kende Visser niet. 

Marcella, ook een alleenstaande moeder, had een nog treuriger verhaal. “De sociale dienst heeft allerlei excuses om je niet te helpen, waardoor ik twee dagen per week mijn eigen eten moet overslaan zodat ik genoeg geld heb om mijn kind elke dag eten te geven. Gelukkig heb ik binnenkort een baan.”

Het volgende armoededebat in op 22 juni in Ru Paré, Chris Lebeaustraat 4, Amsterdam 

 

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here