Dit jaar bestaat museum Tot Zover tien jaar. Het wil bezoekers laten nadenken over de dood en schuwt de controverse niet. Zo waren er eens foto’s te zien van schaars geklede vrouwen op grafkisten. 

Tekst: José Verwaal Beeld: Erik Veld

Weinig musea komen zo vaak in de media als uitvaartmuseum Tot Zover. Directeur Guus Sluiter heeft in de afgelopen tien jaar al vele journalisten te woord gestaan: “De media weten ons te vinden, toch kennen veel mensen ons niet.” Wellicht ligt het aan de locatie, begraafplaats de Nieuwe Ooster, of aan het feit dat mensen liever het Melkmeisje van Vermeer dan de dood in de ogen kijken.

Mag je een ijsje eten als opa dood is?

Is het roomwitte melkmeisje nog een ver-van-je-bedshow, de lijkbleke dood roept emoties op bij ieder levend wezen. Tot Zover wil mensen laten nadenken over dit onontkoombare levensfeit. Dit doet ze al tien jaar lang door middel van exposities, kennisoverdracht en bewustwordingscampagnes. Zo hangen door heel Nederland posters van Kleine Hein met teksten als ‘meer cake en taart vóór de uitvaart’ en ‘pluk de dag voor ik je halen mag’. Ook lanceert het museum deze maand de gratis educatieve website Doodgewoon in de klas, om basisschoolleerlingen op speelse wijze te laten kennismaken met dood, rouw en rituelen. Sluiter: “Uit onderzoek blijkt dat het goed is om met jonge kinderen over de dood te praten. Als ze dan later geconfronteerd worden met een sterfgeval, valt het minder rauw op hun dak.” Het zijn volgens Sluiter vaak volwassenen die een taboe van de dood maken. “Kinderen hebben vragen als ‘mag je lachen tijdens een begrafenis?’, ‘wat gebeurt er met een dood lichaam?’, of ‘moet je de hele tijd huilen als opa dood is of kan je ook gewoon een ijsje eten?’.”

Van urn tot rituele ruimte

De dood roept niet alleen vragen op; het onderwerp spreekt ook tot de verbeelding. Dit blijkt uit de diversiteit aan taferelen die er in het museum te bewonderen is; van moderne kunst tot post-mortemfoto’s, van urn tot rituele ruimte. We lopen langs magische moderne kunst van Norita Pinas, open grafkisten waarin uitvaart­rituelen uit verschillende culturen tentoongesteld worden en zien een urn die pas in 2106 mag worden geopend. Daarin zijn bij de opening van het museum voorspellingen gestopt over hoe een uitvaart er over 100 jaar uitziet. Sluiter: “Er zit onder andere een gedicht van F. Starik in, die als ‘dichter van dienst’ gedichten schreef voor eenzame doden. We hebben altijd een goede band met hem gehad. Het was dan ook een schok toen hij half maart plots overleed.”

De exposities in dit museum wisselen in rap tempo, waardoor er bijna altijd iets nieuws te zien is. Sluiter: “Alles wat hier hangt of staat, gaat over de dood. Het moet uiteraard een beetje spannend zijn, een foto van een begraafplaats is niet interessant.”

Het museum schuwt de controverse niet. Zo was er al een tentoonstelling van ­Maurizio Matteucci, de fotograaf die schaars geklede vrouwen op grafkisten portretteert; een luchtige manier om de dood te benaderen en een knipoog naar de Lamborghini-babes.

Tot Zover behandelt echter ook zwaardere thema’s als suïcide of moord. De expositie Funeral Train staat Sluiter nog helder voor ogen. Deze expositie toonde foto’s die Paul Fusco maakte vanuit de trein waarin ­Robert F. Kennedy’s lichaam lag opgebaard. Fusco fotografeerde duizenden Amerikanen die hun vermoorde presidentskandidaat de laatste eer bewezen. Sluiter: “Ik heb mensen zien huilen bij die foto’s.”

Tranen horen bij een afscheid. Ook voor Sluiter en de medewerkers van het museum, voor wie de dood dagelijkse kost is geworden. “We praten heel open over alles en we kennen geen taboes. Door dit werk zie ik plekken waar een normale burger zelden komt, zoals snijzalen. Maar als een dierbare overlijdt dan ben ik even verdrietig als een ander. Daar heeft mijn werk geen invloed op.”

Museum Tot Zover, Kruislaan 124

Geopend dinsdag t/m zondag
van 11.00 – 17.00 uur

www.totzover.nl

Voor een lespakket: www.doodgewoonindeklas.nl

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here