Het kabinet wil gemeenten dwingen de taaleis en de tegenprestatie in de bijstand uit te voeren, meldt de Volkskrant. Gemeente blijken die eisen nogal eens te negeren. Regeringspartij D66 ziet echter weinig in de dreigementen van staatssecretaris Van Ark.
De Participatiewet schrijft voor dat wie voor bijstand in aanmerking wil komen, kan worden verplicht tot het leveren van een tegenprestatie en – indien nodig geacht – het leren van de Nederlandse taal. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zijn de meeste gemeenten allesbehalve streng in het opleggen van beide eisen. Dit tot frustratie van staatssecretaris Tamara van Ark (VVD) van Sociale Zaken.
Wanneer een bijstandsgerechtigde niet bereid is tot een tegenprestatie kan de gemeente de uitkering verlagen. Volgens het CBS voeren 136 gemeenten de tegenprestatie niet uit; een meerderheid van 206 gemeenten doet dat overigens wel. De uitkomst is hoe dan ook dat ‘slechts’ 5 procent van de bijstandsgerechtigden om een tegenprestatie is gevraagd.
De tegenprestatie werd in 2012 ingevoerd door het toenmalige VVD/CDA-kabinet met gedoogsteun van Geert Wilders. Veel gemeenten, waaronder Amsterdam, zien weinig in de maatregel. Zij staan bijstandsgerechtigden liever toe zinvol vrijwilligerswerk of mantelzorg te verrichten. Belangenorganisaties als de Amsterdamse Bijstandsbond hekelen de tegenprestatie als een vorm van vooroorlogse werkverschaffing.

Ook taaleis zelden in praktijk gebracht

Van de circa 455.000 bijstandsgerechtigden zouden 41.000 mensen de taal onvoldoende machtig zijn. Van bijna 20 procent is onduidelijk of ze het Nederlands voldoende beheersen. Toch is in 2017-2018 slechts van 90 mensen in 29 gemeenten de uitkering verlaagd omdat zij geen moeite namen de taal te leren.
De taaleis stamt uit 2016. Ook hier nam de VVD het voortouw. Onder druk van toenmalige oppositiepartijen D66, GroenLinks, ChristenUnie en SGP werd de eis flink afgezwakt. Coalitiepartij PvdA had daar geen probleem mee. Wat overbleef, was de regel dat gemeenten de uitkering behoren te verlagen als een bijstandsontvanger zich ‘verwijtbaar’ niet inspant om de taal te leren. Dat is niet altijd eenvoudig te bewijzen.
Het kabinet dreigt met verlaging van het bedrag dat gemeenten voor de bijstand krijgen, als zij geen beterschap beloven. Van Ark in de Volkskrant: ‘Ik vind dit zeer ongewenst en bijzonder zorgelijk. De taaleis en de tegenprestatie zijn niet in de wet opgenomen om mensen te pesten, zoals wel gedacht wordt, maar om mensen op weg te helpen volwaardig mee te doen in de maatschappij.’ Ze rekent erop dat gemeenteraden de gemeentebesturen aanspreken maar is ook bereid tot ‘regulerende maatregelen’ oftewel voorschriften voor het uitvoeren van de taaleis en de tegenprestatie. Van Ark’s voorganger Jetta Klijnsma (PvdA) liet de uitvoering en de manier waarop vooral aan de gemeenten over.

D66 ligt dwars

D66-Kamerlid Rens Raemakers ziet weinig in de harde taal van Van Ark. Zij zou eerst met gemeenten in gesprek moeten gaan, vindt Raemakers. Er is een reden waarom veel gemeenten de eisen niet opleggen. Het D66-Kamerlid houdt er bovendien een positieve mensbeeld op na dan de VVD. Hij gelooft eerder in een positieve benadering dan in dreigen, om mensen te activeren. Lees ook het betoog van Rens Raemakers in MUG Magazine

advertentie Regenboog Groep

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here